Statuten

De statuten zijn opgesteld en worden binnenkort officieel. Hierbij alvast de conceptversie:

AKTE VAN STATUTENWIJZIGING STICHTING DISCOVER THE WORLD (ANBI) YVH

 Op ***, verscheen voor mij, mr. ***, notaris, gevestigd te ***:

FRANK MENNO ARENTS, supervisor reisbureau, geboren te Groningen op zeven oktober negentienhonderd tachtig, legitimatie: paspoort met nummer NP94KL994, afgegeven te Groningen op drieëntwintig augustus tweeduizend twaalf, ongehuwd en niet geregistreerd als partner, wonende 9742 SN Groningen, ***.

De comparant verklaarde dat het bestuur van de stichting: STICHTING DISCOVER THE WORLD, statutair gevestigd te Groningen, kantoorhoudende 9742 SN Groningen, ***, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 02087918, hierna te noemen: de stichting, op *** heeft besloten om de statuten van de stichting te wijzigen als hierna is vermeld en hem, comparant, te machtigen om de akte van statutenwijziging te doen passeren.

Van gemeld besluit tot statutenwijziging en machtiging blijkt uit aan deze akte te

./.         hechten notulen van gemelde vergadering.

De statuten van de stichting zijn sedert de oprichting van de stichting niet gewijzigd. De stichting is opgericht bij akte op achttien maart tweeduizend vijf verleden voor de waarnemer van mr. H.A. Broekema, notaris te Groningen.

De comparant, handelende als gemeld, verklaarde vervolgens ter uitvoering van vorenbedoeld besluit, dat de statuten van de stichting met ingang van heden luiden als volgt:

--------------------------------------------STATUTEN:

NAAM EN ZETEL.

Artikel 1.

1.    De stichting draagt de naam: Stichting Discover the World.

2.    Zij heeft haar zetel in de gemeente Groningen.

DOEL/WERKZAAMHEDEN.

Artikel 2.

1. De stichting heeft ten doel het bevorderen van de economische en ecologische situatie in minder ontwikkelde landen, en voorts al hetgeen met één en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.

2. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door de behoefte van de lokale bevolking en het creëren van betrokkenheid centraal te stellen bij het - in minder ontwikkelde landen - opzetten en (doen) continueren van:

- initiatieven rondom onderwijs en community centers; en

- scholarships voor scholieren en studenten; en

- (vrijwilligers)projecten op het gebied van onderwijs, gezondheid en sport, mensenrechten, milieu of andere duurzame projecten in de ruimste zin van het woord.

De stichting tracht haar doel tevens te verwezenlijken door het bijeen brengen van geldmiddelen door fondsenwerving en alle andere wettige middelen die voor het bereiken van het doel bevorderlijk zijn.

3. De werkzaamheden van de stichting worden zonder winstoogmerk verricht.

 

 

 

 

VERMOGEN.

Artikel 3.

1.    Het vermogen van de stichting zal worden gevormd door:

       -      subsidies en donaties;

       -      schenkingen, erfstellingen en legaten;

       -      alle andere verkrijgingen en baten.

2.    Erfstellingen mogen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving. Andere bevoordelingen kunnen alleen worden aanvaard indien daaraan niet een aanzienlijke bezwarende opdracht of last is verbonden.

3.    De stichting dient vermogen dat zij als legataris of erfgename uit een nalatenschap verkrijgt in stand te (blijven) houden als “stamvermogen”, zulks overeenkomstig het door de fiscale wetgever ter zake van algemeen nut beogende instellingen bepaalde. De revenuen uit vorenbedoeld stamvermogen dienen binnen redelijke termijn ten behoeve van het stichtingsdoel aangewend te worden.

BESTUUR.

Artikel 4.

1.    Het bestuur van de stichting bestaat uit ten minste drie leden. Het aantal leden wordt -met inachtneming van het in de vorige zin bepaalde- door het bestuur met algemene stemmen vastgesteld.

2.    Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functies van secretaris en penningmeester kunnen ook door één persoon worden vervuld.

3.    Bij het ontstaan van één (of meer) vacature(s) in het bestuur, zullen de overblijvende bestuursleden met algemene stemmen (of zal het enige overblijvende bestuurslid) binnen twee maanden na het ontstaan van de vacature(s) daarin voorzien door de benoeming van een (of meer) opvolger(s).

4.    Tot bestuurder van de stichting is niet benoembaar degene die vijf jaar of korter voorafgaand aan de voorgenomen benoeming door de rechtbank is ontslagen als bestuurder van een stichting.

5.    Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het enige overblijvende bestuurslid niettemin een wettig bestuur, behoudens het bepaalde in artikel 7.

6.    Het bestuur is bevoegd een bestuurslid te schorsen of te ontslaan.

7.    De leden van het bestuur genieten geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie gemaakte kosten.

8.    Elke bestuurder is tegenover de stichting gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Indien het een aangelegenheid betreft die tot de werkkring van twee of meer bestuurders behoort, is ieder van hen voor het geheel aansprakelijk ter zake van een tekortkoming, tenzij deze niet aan hem is te wijten en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.





BESTUURSVERGADERINGEN EN BESTUURSBESLUITEN.

Artikel 5.

1.    De bestuursvergaderingen worden gehouden te Groningen.

2.    Ieder jaar wordt ten minste één vergadering gehouden.

3.    Vergaderingen zullen voorts telkenmale worden gehouden, wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien één der andere bestuursleden daartoe schriftelijk en onder nauwkeurige opgave der te behandelen punten aan de voorzitter het verzoek richt. Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft in dier voege, dat de vergadering kan worden gehouden binnen drie weken na het verzoek, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten.

4.    De oproeping tot de vergadering geschiedt -behoudens het in lid 3 bepaalde- door de voorzitter, ten minste zeven dagen tevoren, de dag der oproeping en die der vergadering niet meegerekend. De oproeping geschiedt per brief dan wel, indien de desbetreffende bestuurder daarmee heeft ingestemd,

       per e-mail.

5.    De oproeping vermeldt, behalve plaats en tijdstip van de vergadering, de te behandelen onderwerpen.

6.    Zolang in een bestuursvergadering alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in acht genomen.

7.    De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur; bij diens afwezigheid wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan.

8.    Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één der andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe aangezocht. De notulen worden vastgesteld en getekend door degenen, die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefungeerd.

9.    Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de meerderheid zijner in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. Een bestuurslid kan zich ter vergadering door een medebestuurslid laten vertegenwoordigen op overlegging van een schriftelijke, ter beoordeling van de voorzitter der vergadering voldoende, volmacht. Een bestuurslid kan daarbij slechts voor één medebestuurslid als gevolmachtigde optreden.

       Indien gestemd wordt over een voorstel om een bestuurslid te ontslaan als bedoeld in artikel 8, kan het bestuurslid, wiens ontslag het betreft, niet aan de stemming deelnemen en telt dit bestuurslid niet mee voor de berekening van het quorum, zoals bepaald in de eerste volzin van dit lid.

10.  Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk, per e-mail of telefax hun mening te uiten. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd.

11.  Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem.

       Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter omtrent de uitslag van een stemming, is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van een oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats, indien de meerderheid der vergadering of, indien de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde, een stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.

12.  Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden dit voor de stemming verlangt.

       Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, gesloten briefjes.

13.  Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.

14.  In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter.

BESTUURSBEVOEGDHEID.

Artikel 6.

1.    Het bestuur is belast met het besturen van de stichting en het beheer van het vermogen van de stichting. Met inachtneming van het bepaalde in deze statuten is het bestuur onder meer bevoegd tot:

       a.     het vaststellen van de jaarrekening;

       b.    het vaststellen en doen van uitkeringen;

       c.     het actualiseren van het beleidsplan dat inzicht geeft in de te verrichten werkzaamheden, de wijze van werving van gelden, het beheer van het vermogen en bestedingen daarvan. Een beleidsplan is slechts actueel indien het toepasselijk is op en van belang voor de toestand waarin de stichting zich feitelijk bevindt;

       d.    de aangifte van faillissement en surseance van betaling;

       e.    het opstellen van een huishoudelijk reglement en andere reglementen ter zake van het bestuur, van het beheer van de middelen en de uitoefening van taken. De inhoud van de reglementen mogen niet strijdig zijn met de wet of de statuten.

2.    Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen.

3.    Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.

VERTEGENWOORDIGING.

Artikel 7.

De stichting wordt vertegenwoordigd door:

a.    hetzij het bestuur;

b.    hetzij twee gezamenlijk handelende bestuursleden.

EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP.

Artikel 8.

1.    Een bestuurslid houdt op bestuurslid te zijn :

       a.     door zijn overlijden;

       b.    bij verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;

       c.     bij schriftelijke ontslagneming (bedanken);

       d.    bij ontslag op grond van artikel 298 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

       e.    door ontslag door het bestuur.

2.    Bestuurders kunnen worden ontslagen wegens verwaarlozing van hun taak, wegens andere gewichtige redenen, of wegens ingrijpende wijziging van omstandigheden op grond waarvan zijn handhaving als bestuurder redelijkerwijs niet van de stichting kan worden verlangd.

BOEKJAAR EN JAARSTUKKEN.

Artikel 9.

1.    Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.

2.    Per het einde van ieder boekjaar worden de boeken der stichting afgesloten. Daaruit worden door de penningmeester een balans en een staat van baten en lasten (hierna tezamen ook te noemen: jaarstukken) over het geëindigde boekjaar opgemaakt. Deze jaarstukken worden -voor zover het bestuur zulks wenst vergezeld van een rapport van een registeraccountant of van een accountants-administratieconsulent- binnen zes maanden na afloop van het boekjaar aan het bestuur aangeboden.

3.    De jaarstukken worden door het bestuur vastgesteld en gedurende ten minste de door de wet voorgeschreven termijn bewaard.

REGLEMENT.

Artikel 10.

1.    Het bestuur is bevoegd een reglement vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, welke niet in deze statuten zijn vervat.

2.    Het reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.

3.    Het bestuur is te allen tijde bevoegd het reglement te wijzigen of op te heffen.

4.    Op de vaststelling, wijziging en opheffing van het reglement is het bepaalde in artikel 11 lid 1 van toepassing.

STATUTENWIJZIGING.

Artikel 11.

1.    Het bestuur is bevoegd tot wijziging van de statuten van de stichting te besluiten. Een besluit tot statutenwijziging dient te worden genomen met algemene stemmen, in een vergadering waarin ten minste twee/derde van de bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd is.

       Is niet twee/derde van de bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd dan wordt binnen vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuursleden, kan worden besloten, mits met algemene stemmen.

2.    De wijziging moet op straffe van nietigheid bij notariële akte tot stand komen.

       Tot het verlijden van die akte is ieder bestuurslid bevoegd.

3.    De leden van het bestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging, alsmede de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het Handelsregister waar de stichting op grond van de wet is ingeschreven.

ONTBINDING EN VEREFFENING.

Artikel 12.

1.    Het bestuur is bevoegd tot ontbinding van de stichting te besluiten.

2.    De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan wordt aan de naam toegevoegd: in liquidatie.

3.    De vereffening geschiedt door de bestuurders.

4.    De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding van de stichting inschrijving geschiedt in het register, bedoeld in artikel 11 lid 3.

5.    Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht.

6.    Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt uitgekeerd aan een door het bestuur aan te wijzen als algemeen nut beogende instelling (‘anbi’) gerangschikte rechtspersoon, waarvan de doelstelling zoveel mogelijk overeenkomt met het doel van de stichting. Indien en voor zover een dergelijke aanwijzing niet heeft plaatsgehad of niet meer uitgevoerd kan worden, wordt op verzoek van de vereffenaar(s) het batig saldo besteed overeenkomstig een door de kantonrechter of een andere rechter binnen wiens rechtsgebied de zetel van de stichting is gelegen, te bepalen algemeen nut beogende instelling, waarvan de doelstelling zoveel mogelijk overeenkomt met het doel van de stichting dan wel overeenkomstig enig andere door vorenbedoelde (kanton)rechter te bepalen wijze die het algemeen belang dient.

7.    De boeken en bescheiden van de ontbonden stichting blijven gedurende de door de wet voorgeschreven termijn na afloop van de vereffening berusten onder de jongste vereffenaar of een andere door de vereffenaar(s) aangewezen persoon.

SLOTBEPALING.

Artikel 13.

In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur.

De comparant is mij, notaris, bekend.

Zijn identiteit heb ik vastgesteld aan de hand van het document dat achter zijn naam wordt gemeld.

Van de verklaring van de comparant heb ik, notaris, in *** op de datum aan het begin van deze akte gemeld deze akte opgemaakt.

De zakelijke inhoud van deze akte heb ik medegedeeld en toegelicht aan de comparant.

De comparant heeft verklaard voor het tekenen van deze akte kennis te hebben genomen van de inhoud van deze akte en daarmee in te stemmen.

Vervolgens heb ik deze akte beperkt voorgelezen en hebben de comparant en ik deze akte onmiddellijk daarna ondertekend.